Log in
Zoek
Links
Deze Site
Wageningen UR site
Uitgebreid zoeken
Onderzoek
Diensten
Nieuws & Agenda
Publicaties
Over Central Veterinary Institute
Werken bij
Contact
Onderzoeksthema's
Onderzoekspeerpunten
Dierziekten
Projecten
Faciliteiten
Onderzoek
Dierfaciliteiten
Frequently asked questions
Inzenden onderzoeksmateriaal
Regeling erkenning en aanwijzing veterinaire laboratoria
Nieuws
Persvoorlichting
Nieuwsbrieven
Agenda
Dossiers
Archief
RSS
Wetenschappelijke publicaties
Rapporten
Bibliotheek
Central Veterinary Institute
Missie en visie
Organisatie
Referentielaboratorium
Crisisorganisatie
Contractonderzoek
Kerncompetenties
Partners
Faciliteiten
Geschiedenis
Vacatures
Contactpersonen en experts
Vragen en reacties
wageningen ur (home)
>
central veterinary institute (home)
>
onderzoek
>
dierziekten
>
ziekte van aujeszky
Ziekte van Aujeszky
Onderzoeksthema's
Onderzoekspeerpunten
Dierziekten
Afrikaanse paardenpest
Afrikaanse varkenspest
Besmettelijke equine metritis (CEM)
Bluetongue (blauwtong)
Botulisme
BRSV of Pinkengriep
BSE
Contagieuze bovine pleuropneumonie (CBPP)
Emerging Vector Borne Diseases
Equine infectieuze anemie (EIA)
Equine Viral Arteritis (EVA)
Equine virale rhinopneumonitis / Equine herpes virus
Klassieke varkenspest
Lumpy skin disease
Mond-en-klauwzeer (MKZ)
Newcastle disease (pseudovogelpest)
Pest bij kleine herkauwers
Porcine reproductive and respiratory syndrome
Psittacose of papegaaienziekte
Q-koorts (Q-fever)
Rabiës
Runderpest of Rinderpest
Schapen-en-geitenpokken
Schmallenberg
Scrapie
Streptococcus suis
Vogelpest of Aviaire influenza
West Nile virus
Ziekte van Aujeszky
Publicaties/publications
Ziekte van Creutzfeldt-Jakob
Projecten
Faciliteiten
De ziekte van Aujeszky is een zeer besmettelijke virusziekte die grote economische schade kan veroorzaken in de varkenshouderij. De eerste beschrijvingen van een ziekte die waarschijnlijk de ziekte van Aujeszky is geweest, dateren van 1813. In 1902 was het de Hongaar Aládar Aujeszky die de eerste wetenschappelijke bewijzen leverde dat ziekteverschijnselen bij verschillende diersoorten eenzelfde oorzaak hadden. Niet veel later werd vastgesteld dat het om een virus ging en dat werd vernoemd naar de Hongaar.
Vooral buiten Europa wordt ook veel de naam pseudorabiës gebruikt. Deze oorsprong van deze naam ligt bij infecties bij het konijn, waar de ziekte vergelijkbare verschijnselen geeft als bij rabiës (hondsdolheid).
Het virus
De ziekte van Aujeszky wordt veroorzaakt door een herpesvirus, meer specifiek het suid herpesvirus 1.
Gastheren
Varkens zijn verreweg de belangrijkste gastheren van het virus. Maar vrijwel alle andere zoogdieren, zowel in het wild als gehouden als huisdier kunnen ook besmet raken. Denk daarbij vooral aan runderen, schapen, honden en katten die in de buurt van besmette varkens leven. Deze andere diersoorten raken eigenlijk altijd besmet door direct of indirect contact met varkens, waarna de ziekte vrijwel onvermijdelijk leidt tot de dood. Er zijn ooit één of twee gevallen beschreven van paarden die besmet zijn geraakt, maar over het algemeen worden paarden beschouwd als vrijwel ongevoelig voor de ziekte. Mensen en mensapen zijn helemaal ongevoelig voor het virus.
Voorkomen
De ziekte van Aujeszky komt in grote delen van de wereld voor. Landen als Canada, Nieuw-Zeeland en diverse Europese landen zijn echter vrij van de ziekte. Ook de Verenigde Staten van Amerika is sinds kort vrij, althans bij de gedomesticeerde varkens. In de wilde zwijnen populatie komt de ziekte daar nog wel voor.
Nederland is al in de jaren 80 begonnen met het uitroeien van de ziekte. Achtereenvolgens zijn daarvoor verschillende fasen doorlopen:
Verbod op het gebruik van conventionele vaccins (alleen nog markervaccin toegestaan).
Verplicht vaccinatieprogramma met een markervaccin voor alle varkensbedrijven.
Vrijwillig certificeringsprogramma voor bedrijven die vrij waren van de ziekte van Aujeszky
Verplichte deelname aan het certificeringsprogramma.
Verplichte deelname aan een surveillanceprogramma voor alle bedrijven.
Geleidelijk omzetten van de vaccinatieplicht in een vaccinatieverbod.
Op 1 januari 2009 resulteerde dit in een officiële status “Vrij van Aujeszky” binnen de EU.
Verspreiding
Het virus verspreidt zich vooral via directe contacten tussen varkens. Maar ook indirecte contacten, en zelfs verspreiding via de lucht, spelen een belangrijke rol. Het virus kan enkele uren tot dagen in omgeving infectieus blijven. Infectie treedt vooral op via de ademhalingswegen en opname via de mond. Besmette dieren kunnen latente dragers worden van het virus. Onder bepaalde omstandigheden, vaak in relatie tot weerstandsvermindering, kan het virus zich dan weer reactiveren en kan een dier opnieuw infectieus worden. Hoe groot de rol van dergelijke dragers is, is nooit echt duidelijk geworden.
Andere diersoorten raken besmet via direct of indirect contact met varkens. Voor carnivoren geldt dat het eten van vlees of organen van besmette varkens tot een infectie kan leiden. Een dergelijke infectie leidt niet alleen vrijwel onvermijdelijk tot de dood, maar dit gebeurt meestal ook zo snel dat ze zelf niet infectieus worden. Virusverspreiding tussen andere gastheren dan het varken onderling is daarom zeer zeldzaam.
Klinische verschijnselen
De klinische verschijnselen bij het varken variëren sterk, afhankelijk van de leeftijd.
Bij jonge biggen treden hersenverschijnselen op de voorgrond, met krampen, trillen, fietsbewegingen, e.d. Dit gaat gepaard met koorts, gebrek aan eetlust en apathie. Een hoog percentage van de biggen, zeker als ze nog geen week oud zijn, gaat dood.
Bij gespeende biggen, die minstens een week of 4 oud zijn, zijn het vooral de ademhalingsproblemen die op de voorgrond treden. Ook dit gaat gepaard met koorts, gebrek aan eetlust en apathie. Hersenverschijnselen worden slecht incidenteel gezien. De meeste dieren herstellen na een dag of 10.
Bij nog oudere varkens verloopt de ziekte vaak subklinisch. Soms ontwikkelen zich ademhalingsproblemen, tot en met longontsteking. Zeugen kunnen terugkomen of aborteren. Ook kunnen zwakke biggen of zogenaamde trilbiggen geboren worden. Hersenverschijnselen zijn relatief zeldzaam bij deze oudere dieren.
Bij runderen en schapen is de ziekte meestal dodelijk en wel binnen enkele dagen. Het meest kenmerkende verschijnsel is een zeer heftige jeuk. Deze kan lokaal optreden, met heftig likken, bijten en/of schuren als gevolg. Uitgebreide beschadigingen van de huid zijn daarbij niet zeldzaam. De verschijnselen worden snel erger. Dieren worden zwakker en apathisch, met periodes van krampen, knarsetanden, snelle, oppervlakkige ademhaling en onregelmatigheden van het hart.
Bij honden en katten zijn de verschijnselen vergelijkbaar. Door verlamming van de keel kan speekselen optreden, waardoor ook bij deze diersoorten enige gelijkenis met hondsdolheid kan optreden. Honden en katten gaan meestal binnen 1-2 dagen dood.
Diagnostiek
Een eerste verdenking van de ziekte van Aujeszky kan worden uitgesproken bij een combinatie van enerzijds hersenverschijnselen en sterfte bij jonge biggen, en anderzijds ademhalingsproblemen bij oudere dieren. Bij een uitbraak van de ziekte van Aujeszky op een bedrijf kunnen ook verschijnselen bij andere diersoorten alarmerend werken. Bij deze andere diersoorten is het de combinatie van jeuk, hersenverschijnselen en een snelle dood die ernstig verdacht zijn. In de afgelopen decennia is in Nederland consciëntieus gevaccineerd en werden daarmee klinische verschijnselen van toch nog optredende infecties sterk onderdrukt. Ook bij andere diersoorten werd in die periode uiterst zelden de ziekte van Aujeszky vastgesteld. Nu Nederland gestopt is met vaccineren, en langzaam weer een geheel gevoelige varkenspopulatie gaat krijgen, zal een nieuwe introductie zich weer duidelijker gaan manifesteren.
Antilichamen tegen het virus kunnen vanaf twee weken na een infectie worden aangetoond met een eenvoudige ELISA. Hiervan bestaan twee verschillende typen:
1] gB-ELISA: dit is een ELISA die antistoffen tegen zowel het vaccin als tegen het virus zelf aantoont. Een dier dat positief is in een dergelijke test kan dus zowel gevaccineerd als besmet zijn (of beide). Omdat vaccinatie dus interfereert met deze test, wordt hij alleen gebruikt bij dieren die niet gevaccineerd zijn.
2] gE-ELISA: dit is een ELISA die alleen antistoffen tegen het virus zelf aantoont, maar niet tegen het vaccin. Het vaccin is namelijk zo aangepast dat er een stukje uit ontbreekt. Door vaccinatie worden tegen dat stukje (het gE-eiwit) geen antistoffen aangemaakt, maar wel bij een echte infectie. Een dier dat positief is in deze test is dus besmet met het virus.
Om meer zekerheid te krijgen over de aanwezigheid van antistoffen, zijn er ook confirmatietesten, die een eerste uitslag van een gB-ELISA of gE-ELISA moeten bevestigen. Bij het CVI is daarvoor zowel een virus neutralisatietest (VNT) als een gE-confirmatie-ELISA beschikbaar. De VNT is daarbij vergelijkbaar met de gB-ELISA en kan alleen worden gebruikt om een infectie van een niet-gevaccineerd dier te diagnosticeren. De gE-confirmatie-ELISA kan weer wel onderscheid maken tussen gevaccineerde en geïnfecteerde dieren.
Het virus zelf kan in het eerste stadium van de ziekte, als ook klinische verschijnselen aanwezig zijn, het beste worden aangetoond. Om het virus aan te tonen zijn er twee belangrijke testen beschikbaar:
1] PCR: dit is een snelle en heel gevoelige test om het virus aan te tonen. In eerste instantie zal ook altijd deze test worden uitgevoerd op materiaal van verdachte dieren. Binnen enkele uren kan hiermee een uislag worden verkregen.
2] Virusisolatie: dit gebeurt op cellijnen, waarin het virus zich kan vermenigvuldigen. Het nadeel van deze test is dat het meerdere dagen duurt voordat er een uitslag is. Het voordeel is wel dat levend virus wordt verkregen wat verder gekarakteriseerd kan worden.
Preventie en bestrijding
Na een succesvolle bestrijding is Nederland sinds 1 januari 2009 officieel vrij van de ziekte van Aujeszky. Preventieve maatregelen focussen zich nu vooral op het voorkomen van insleep van het virus vanuit het buitenland. Dit houdt o.a. in dat alleen varkens geïmporteerd mogen worden uit andere vrije gebieden. Verder dienen transportwagens die terugkeren na het exporteren van varkens gereinigd en ontsmet te zijn voordat ze de grens overkomen.
Er zijn ook diverse surveillanceprogramma’s die erop gericht zijn een eventuele introductie zo snel mogelijk op te sporen, voordat de ziekte te ver verspreid is.
Mocht Nederland in de toekomst met een uitbraak van de ziekte van Aujeszky geconfronteerd worden, dan zal deze bestreden worden middels vaccinatie. Hierbij wordt in een gebied met een straal van 10 kilometer rondom het besmette bedrijf gevaccineerd met een markervaccin. Besmette bedrijven in deze cirkel worden opgespoord, waarbij eventueel de vaccinatiecirkel kan worden uitgebreid. Als de virusverspreiding door de vaccinatie tot stilstand is gekomen, gaan de gezonde dieren van de besmette bedrijven vervroegd naar het slachthuis. Op de niet-besmette bedrijven wordt met bloedonderzoek bevestigd dat ze echt niet besmet zijn geraakt, waarna alle beperkingen zullen worden opgeheven.
Print deze pagina
Disclaimer
Algemene Voorwaarden
Contact
Alle content © 2011 Wageningen UR. Alle rechten voorbehouden.