BRSV of Pinkengriep

Wat is pinkengriep?
Binnen het Centraal Veterinair Instituut wordt veel onderzoek gedaan naar de immunopathologie van het bovine respiratoir syncytieel virus (BRSV). Dit virus is een belangrijke ziekteverwekker bij runderen. BRSV veroorzaakt een verkoudheidachtige aandoening, maar belangrijker is de uitgesproken eigenschap van het virus om bij kalveren de achterste luchtwegen te infecteren en zo bronchiolitis of pneumonie te veroorzaken. Het virus veroorzaakt jaarlijks uitbraken van ademhalingsziekte bij met name kalveren onder de zes maanden leeftijd. De ziekte wordt aangeduid als 'pinkengriep'.

Verspreiding
Vrijwel alle runderen worden met BRSV geinfecteerd voordat ze twee jaar oud zijn. Infecties en ook her-infecties komen vooral in de herfst en de winter voor. In de rest van het jaar, wordt er nauwelijks spreiding van het virus waargenomen en lijkt het virus zich in een “rustende vorm” binnen de populatie te handhaven.

Klinische verschijnselen
Vooral jonge dieren kunnen ernstig ziek worden, waarbij koorts (lichaamstemperatuur boven de 39,5oC), een vernelde ademhaling, bemoeilijkte ademhaling en buikademhaling vaak opvallen. De klinische verschijnselen beginnen gewoonlijk met hoesten en neus uitvloeiing. Wanneer ook de achterste luchtwegen betrokken worden bij de infectie, wordt expiratoir (bij de de uitademing) piepen, snelle ademhaling en tekenen van benauwdheid, zoals cyanose en een geforceerde ademhaling (aantrekken van de rib- en buikspieren bij de inademing) waargenomen. Klinische verschijnselen in geval van bronchiolitis en/of pneumonie zijn ernstig, met een grote kans op sterfte.

Bestrijding
Om de ziekte te kunnen bestrijden en voorkomen, is nodig te begrijpen hoe het lichaam zich uiteindelijk beschermt tegen het virus. Daarom is het nodig te weten wat de gevolgen van de infectie zijn voor het lichaam en hoe het afweersysteem van het lichaam reageert. Na een natuurlijke infectie of na vaccinatie worden, als onderdeel van het specifieke afweersysteem, bijvoorbeeld virus-specifieke afweerstoffen aangemaakt. Een adequate immuunrespons maakt dat het dier beschermd is bij een eventuele (her)infectie, maar in sommige gevallen kan ook een niet-adequate immuunrespons opgewekt worden. Er zijn voldoende casuïstieken bekend, waar bijvoorbeeld geinfecteerde gevaccineerde kalveren een vele malen ernstigere ziektebeeld lieten zien dan ongevaccineerde kalveren. Binnen het cluster Klinische studies en Pathobiologie wordt uitgebreid onderzoek gedaan naar de rol van het afweersysteem in het verloop van de klinische infectie.

Diagnostiek
Direct aantonen van virus in secreten uit de luchtwegen door immunofluorescentie of met behulp van een PCR is in principe de snelste methode voor de diagnostiek. Het virus kan ook geisoleerd worden uit patientenmateriaal (neus/keel swabs, longspoelingen of longweefsel na sectie). Het patientenmateriaal wordt dan op, voor het virus gevoelige, cellen gebracht, waar na enkele dagen tot een week een kenmerkend afwijkend effect kan worden waargenomen. Specifieke afweerstoffen opgewekt tegen het virus kunnen worden aangetoond met behulp van een ELISA of virus neutralisatie test (VNT).

Vaccin
Er zijn verschillende type vaccins beschibaar: levend/verzwakte of geinactiveerde virus vaccins, vaccins met één of  meerdere componenten en eventuele combinaties (meerdere componenten, levend/verzwakt en geinactiveerd), allemaal met vaccin specifieke voor- en nadelen. Geen van de huidige vaccins lijkt te kunnen voorkomen dat een dier geinfecteerd raakt.
  
Print deze pagina

Contact
CVI
Drs. A.F.G. Antonis
Adriaan.Antonis@WUR.nl
»  meer Contact