Botulisme is een ziekte die veroorzaakt wordt door een vergiftiging met het botulismetoxine. Deze giftige stof (toxine) wordt gevormd door de bacterie Clostridium botulinum. C. botulinum is een “gram positieve”, sporenvormende bacterie die alleen groeit onder omstandigheden met weinig tot geen zuurstof. De sporen die de bacterie vormt zijn de overlevingscapsules die de bacterie in staat stelt om te overleven in minder gunstige omstandigheden voor de bacterie. Dit is het geval als er zuurstof aanwezig is. Sporen zijn erg ongevoelig voor invloeden van buitenaf en ze blijven lang, maanden tot jaren, in de omgeving aanwezig. De bacteriën die C. botulinum worden genoemd verschillen onderling sterk van elkaar maar ze hebben allemaal één gemeenschappelijk kenmerk: ze produceren toxine die verlamming veroorzaakt bij mensen en dieren. De toxines worden gerekend tot de meest giftige stoffen die bekend zijn. Er worden 7 verschillende toxines onderscheiden aangegeven met de eerste letters van het alfabet: A, B, C, D, E, F en G. Mensen zijn gevoelig voor het A, B, E en F toxine, niet voor het C en D toxine. Landbouwhuisdieren en (water)vogels zijn voornamelijk gevoelig voor het B, C en D toxine. Honden en katten zijn veel minder gevoelig en varkens zijn niet gevoelig voor de botulismetoxines. Toxinetype G is nauwelijks giftig.
Eerste beschrijving
De ziekte die veroorzaakt wordt door de toxines van C. botulinum is al heel lang bekend. In 1793 vond de eerste goede beschrijving van de ziekte plaats in de plaats Wurttemberg in Duitsland. Een groot aantal mensen kreeg daar verlammingsverschijnselen na het eten van bloedworst. Ook daarna zijn meerder uitbraken in Duitsland beschreven die in verband werden gebracht met het eten van bloedworst. Dit verklaart ook de naam van de ziekte en van de bacterie: botulus betekent (bloed)worst. In 1896 toonde de Belgische microbioloog Van Ermengem aan dat de ziekte werd veroorzaakt door een toxine geproduceerd door een bacterie.
Mensen
Botulisme bij mensen komt zelden voor en is voornamelijk een voedselvergiftiging. De bacterie heeft daarbij kans gezien zich in voedsel te vermenigvuldigen en toxine te produceren. Dit kan voorkomen bij zelfingemaakte producten die onvoldoende verhit zijn geweest.
Bij mensen komen ook de zogenaamde wondbotulisme en infantiel botulisme voor.
Bij wondbotulisme zijn C. botulinum bacteriën diep in een wond doorgedrongen zodat ze afgesloten zijn van zuurstof. Door de temperatuur van 37° Celsius en de eiwitrijke omgeving kunnen de C. botulinum bacteriën zich vermenigvuldigen en toxinen produceren waardoor botulisme ontstaat. Deze vorm van botulisme komt maar zelden voor.
Infantiel botulisme is een vorm van botulisme die bij zeer jonge kinderen voorkomt. Tot een leeftijd van ongeveer 1 jaar kan C. botulinum zich in het maag-darmkanaal vestigen. Dit komt omdat de darmflora van jonge kinderen zich nog aan het ontwikkelen is. Hun darmflora kan niet voorkomen dat C. botulinum gaat groeien en toxine gaat produceren. Jonge kinderen kunnen sporen van C. botulinum binnenkrijgen door bijvoorbeeld het eten van honing. Daarom wordt afgeraden zeer jonge kinderen honing te geven.
Gevoelige dieren
Bij dieren komt botulisme af en toe voor. Paarden blijken zeer gevoelig te zijn. In Nederland wordt botulisme bij paarden voornamelijk veroorzaakt door type B. De bacterie kan groeien en toxines produceren in kuilgras dat niet goed is geconserveerd.
Bij runderen wordt botulisme voornamelijk veroorzaakt door type B en C. Ook bij runderen wordt type B in verband gebracht met niet goed geconserveerd kuilgras, terwijl C meer in verband wordt gebracht met kadavers in het kuilvoer of met het gebruik van kippenmest om grasland te bemesten.
Botulisme kan bij watervogels leiden tot massale sterfte. C. botulinum komt van nature voor in de omgeving van de watervogels. Hierdoor komen de bacteriën ook in het maag-darmkanaal van vogels. Normaal is dit geen probleem; echter als de buitentemperatuur enige tijd boven de 25° C komt en de vogel gaat dood dan kan C. botulinum zich in het kadaver gaan vermenigvuldigen. Larven van insecten die het kadaver aanvreten nemen deze toxinen op. De larven zijn niet gevoelig voor het toxine en kunnen zeer hoge concentraties toxinen bij zich hebben. Deze larven worden weer gegeten door watervogels waardoor ze sterven aan botulisme. Op deze manier ontstaat er eek vicieuze cirkel waarbij watervogels massaal sterven.
In tegenstelling tot honden en katten zijn nertsen wel gevoelig voor het botulismetoxine. Toxinetype C en D spelen een rol waarbij type C meer voorkomt dan type D.
Zie ook de informatie bij het LCI.