Diagnostiek

Nationaal Referentie Instituut voor vogelpest
Het Central Veterinary Institute (CVI) is het aangewezen instituut waar de diagnostiek van de vogelpest wordt uitgevoerd. Met behulp van laboratoriumtesten wordt het virus aangetoond. Diagnostiek wordt uitgevoerd op monsters van pluimvee van bedrijven waar een verdenking is. Normaal worden hiervoor 5 dieren met typische ziektebeelden opgestuurd naar het CVI, op dit moment worden er echter wilde (water)vogels opgestuurd naar het CVI. Deze vogels worden veelal door particulieren aangemeld en opgehaald door de GD en AID. Dit gebeurt op verzoek van het ministerie van EL&I om uit te sluiten dat de vogels zijn gestorven als gevolg van vogelpest. Het doel is om hiermee vogelpest zo vroeg mogelijk op te sporen om vervolgens het in de omgeving gehouden pluimvee extra te controleren.

Het interne proces


© Central Veterinary Institute


Stap 1 Service

De kadavers worden dagelijks naar het CVI gebracht drie dubbel verpakt in rood/bruine plastic zakken. Aan de buitenkant van de zakken zit een zakje met daarin alle relevante gegevens over het kadaver. De service afdeling zorgt voor de in ontvangst name en vervoerd de monsters intern naar alle afdelingen.

Stap 2 Dispatching Service Unit (DSU) (1)
Bij het CVI in Lelystad worden de vogels eerst ingevoerd in het Laboratorium Informatie Management Systeem (LIMS). In dit systeem worden alle stappen van het proces van kadaver tot uitslag ingevoerd. Hierdoor is de status van onderzoek dat hoort bij het betreffende dier te volgen.

Stap 3 Sectie
Voor het onderzoek is een keelswab (wattenstaafje met slijm uit de keel) en een stukje van de luchtpijp (trachea) nodig. Daarnaast wordt er in de sectieruimte gekeken naar andere kenmerken van een infectie met een H5 of H7 vogelpestvirus.

Stap 4 Dispatching Service Unit (DSU) (2)
Wanneer er een stukje van de luchtpijp is verwijderd en er een swab is genomen van het resterende deel worden de monsters samen met de papieren en extra stickers klaar gezet voor verzending. De monsters gaan dan naar een lab waar de monsters klaar worden gemaakt voor onderzoek. Alle monsters hebben stickers met daarop een unieke code die het monster koppelt aan het kadaver. Het kadaver wordt gedestrueerd in de aanwezige destructieketels.

Stap 5 PCR 2
De luchtpijp gaat als backup in een koelkast en zal alleen gebruikt worden als de PCR-test op de keelswab positief is. De keelswab wordt eerst bewerkt voordat deze geschikt is om in de MagnaPure te worden opgewerkt. In dit apparaat wordt het RNA gezuiverd.

Stap 6 PCR 3
Het gezuiverde RNA wordt in de Lightcycler geplaatst waarbij een stukje van het eventueel aanwezig viraal RNA wordt vermenigvuldigt. Het resultaat wordt afgelezen op een computer.

Stap 7 uitslag
Het door de computer gegenereerde resultaat wordt uitgeprint en visueel gecheckt. Vervolgens is er een interne routing van vrijgeven van de uitslag. Nadat de uitslag door twee medewerkers is gecontroleerd wordt er een fax aangemaakt en per computer naar de opdrachtgever gezonden.

Positieve uitslag
Als de PCR positief is zal de uitslag worden geautoriseerd door de dierziekte expert en bevestigd met een viruskweek op geëmbryoneerde kippeneieren. Eventueel aanwezig virus vermeerdert zich in de allantoïsholte van het ei en geeft bij voldoende virusdeeltjes sterfte van het embryo. Eieren worden dagelijks geschouwd.


© Central Veterinary Institute

Bij embryonale sterfte wordt aanwezigheid van virus gecontroleerd middels een haemagglutinatie test. Indien er een haemagglutinerend virus aanwezig is, wordt de identiteit vastgesteld middels antilichamen. Een eikweek duurt minimaal 2-3 dagen bij hoge virusaantallen en maximaal 14 dagen, waarbij tussentijds vloeistof van het eerste ei gepasseerd wordt naar een tweede ei om de gevoeligheid van de test te vergroten. Pas na 14 dagen kan een monster negatief worden verklaard, dat wil zeggen dat er geen virus is aangetoond.

Typering van het virus op basis van pathogeniciteit
Standaard methode is jarenlang de IVPI geweest, die gebruik maakt van proefdieren (SPF hennen). Duur van deze test is 10 dagen. Daarnaast wordt sinds een tiental jaren een genetische typeringsmethode gebruikt. Deze typering duurt minimaal 21 dagen.


© Central Veterinary Institute

Aantonen van antilichamen
Standaardmethode voor het aantonen van antilichamen tegen AI bestaat uit een haemagglutinatie remmingsreactie (HAR test), die typespecifiek wordt uitgevoerd. Daarnaast wordt een ELISA gebruikt, welke gericht is tegen het NP eiwit en antilichamen tegen alle Aviaire Influenza stammen kan aantonen.
  
Print deze pagina