Om het kwalitatief hoge niveau van onderzoek te waarborgen onderscheidt het CVI vijf kerncompetenties, namelijk:
Diagnostiekuitvoering en crisisorganisatie
- nationaal referentielaboratorium
- diagnostiek en advisering bij uitbraken en verdenkingen
- diagnostisch onderzoek voor import en export
- snelle omschakelingsmoelijkheden naar een crisisorganisatie
- snelle opschalingsmogelijkheden onderzoekscapaciteit
- voorbeeld voor veel buitenlandse instituten
Het CVI de laatste jaren aangetoond gereed te zijn voor uitbraken van (her)opkomende dierziekten zoals bij de uitbraken van aviaire influenza (vogelpest) en blauwtong in Noordwest-Europa (2003 en 2006).
Ontwikkeling van diermodellen en methode ontwikkeling/pathobiologie
- belangrijk voor het aantonen van werkzaamheid en veiligheid van diergeneesmiddelen, w.o. vaccins
- toepassing voor klinische studies en funderend onderzoek
- ontwikkeling nieuwe werkingsmechanismen voor nieuwe generaties van diagnostische- en interventietools
Modelontwikkeling (epidemiologie)
- ontwikkelen en toepassen kwantitatieve methoden
- bepaling effectiviteit strategieën voor preventie en bestrijding besmettelijke dierziekten
- mathematisch modelbouw
- ontwerp en uitvoering van experimenten en veldstudies
- statistiek
- risicobeoordeling
- GIS-toepassing (risico-kaarten)
- beschrijvende epidemiologie
Ontwikkeling diagnostische testen
- aangifteplichtige of meldingsplichtige dierzieken
- vleeskeuring
- diverse (food borne) zoönotische agentia
- ELISA’s
- snelle, robuste real time PCR-diagnostiek
- multi-agens diagnostiek
Ontwikkeling interventietools (vaccins, therapeutica)
- vaccins ontwikkeld vanuit dierziekte-expertise in combinatie met moleculair biologische basis
- onderscheid tussen geïnfecteerde en gevaccineerde dieren (DIVA-principe, Differentiating Infected, from Vaccinated Animals)
- uitgebreide patentposities
- nieuwe innovatieve moleculair-biologische tools
- interactie tussen de gastheer en de pathogeen voor nieuwe interventietools
Het CVI weet daarnaast ontwikkelde tools in te zetten voor interventie ketenmanagement, gebruik makend van de aanwezige brede veterinaire, epidemiologische en microbiologische kennis.